Teruggevonden weefselmonsters nazislachtoffers begraven in Berlijn | NU

Tijdens een ceremonie in Berlijn zijn maandag de overblijfselen van nazi-slachtoffers begraven. Het gaat om meer dan driehonderd weefselmonsters van mensen die door het naziregime zijn gedood en die jarenlang zijn bewaard door een Berlijnse arts.

Na een ceremonie zijn de overblijfselen begraven op de begraafplaats Dorotheenstadt in Berlijn, vlakbij een gedenkteken voor de slachtoffers van het naziregime.

In 2016 werden de monsters ontdekt op het landgoed van hoogleraar anatomie Hermann Stieve van het Charité universiteitsziekenhuis van Berlijn. Tijdens het nazibewind kreeg hij regelmatig lichamen van geëxecuteerde politieke tegenstanders om er sectie op te verrichten. Soms kreeg hij ze al enkele minuten nadat de gevangenen waren gedood in de gevangenis van Berlijn-Plötzensee.

De weefselmonsters, soms kleiner dan een millimeter, zaten in kleine zwarte doosjes, soms gelabeld met de namen van de slachtoffers. De doosjes werden gevonden door de erfgenamen van Stieve die in 1952 is overleden.

Arts deed onderzoek naar menstruatie

Het studiecentrum Gedenkstätte Deutscher Widerstand in Berlijn heeft op verzoek van het Charité-ziekenhuis onderzoek gedaan naar de monsters en de praktijken van Hermann Stieve. De andere overblijfselen van de slachtoffers die hij in handen kreeg werden gecremeerd en anoniem bijgezet.

Stieve had vooral interesse in de lichamen van jonge vrouwen, omdat hij onderzoek deed naar de menstruatie. Hij was een van de eerste onderzoekers die postuleerden dat grote stress (zoals die veroorzaakt door een doodvonnis) de menstruatiecyclus kan verstoren.

Een woordvoerder van het studiecentrum zei dat het belangrijk is voor de families van de slachtoffers dat zij nu eindelijk een officiële laatste rustplaats hebben gekregen.

Source link
2019-05-13 13:00:03

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: