Taking too long? Close loading screen.
Mentalist Nuno

Terug in Nederland geniet ik van de geglobaliseerde samenleving

Soms zag ik maandenlang alleen maar Schotten. Dat klinkt logisch als je in Schotland woont, maar ik had pas door dat het voor mij niet normaal was toen ik bij onze plaatselijke Post Office annex Lunchroom naar een man staarde. De derde keer dat ik omkeek zwaaide hij vrolijk naar me en zei: „Jij ook goeiemorgen.” Ik zwaaide onbeholpen terug, het was lastig uitleggen dat zijn hoge afrokapsel en felgekleurde shirt me een scheut heimwee gaven. Zijn Amsterdamse accent deed me bijna terugrennen om even aan te schuiven en een potje te lullen met mede-Nederlanders.

Terug in Nederland geniet ik van de variatie aan mensen. Ze kunnen hier op vakantie zijn, al drie generaties lang wonen of een paar jaar studeren. Ik weet het niet en dat vind ik leuk. Ik voel me deel van een geglobaliseerde samenleving.

Maar het voelt ook wat algemeen. Al die mensen die bij de Albert Heijn hetzelfde kopen, er hetzelfde uitzien en naar dezelfde top-tien luisteren. Ik vind Nederland bij terugkomst zo’n smeltkroes dat ik moeite heb er enige smaak aan te ontdekken. Heel globaal en allemaal hetzelfde?

Terug in Nederland geef ik weer Nederlandse les, vandaag aan een jongeman uit Tsjechië. Met zijn Ralph Lauren-trui en gestreepte overhemd zou hij overal vandaan kunnen komen. Zijn laptop is zijn paspoort. Alle technische kennis die hij heeft en waarvoor het Nederlandse bedrijf hem hierheen heeft gehaald, kan hij oproepen en uitvoeren via zijn computer. Of hij nu hier zit of in Shanghai.

„Vorig”, ik wijs achter me, „vorig weekend ging ik. Volgend”, ik wijs vóór me, „volgend weekend ga ik”. Tot nu toe is ‘vorig’ en ‘volgend’ iets wat al mijn cursisten herkennen als achter en vóór je.

Carl Jung schrijft daarover als hij door Afrika reist, hoe universeel gebarentaal is, dat er symbolen zijn die mensen overal ter wereld herkennen. Richard Gere heeft een anekdote dat hij tegenover een inheemse stam staat die uit het bos op hem afkomt. Als ze hem zien roepen ze: „Pretty Woman!” Richard Gere reisde dan ook een eeuw later door de wereld dan Jung. Televisie, radio, computers maken dat mensen overal ter wereld dingen delen. We hebben niet meer alleen instinctief dezelfde gebaren, maar letterlijk dezelfde symbolen. En dezelfde leefomgeving.

Het kantoor waar ik in zit kan overal staan. Er is niets Nederlands aan de witte tafels en stoelen of de luxaflex voor de glazen zijwand. De jongeman heeft ook al een jaar in Londen en twee jaar in Dubai gewerkt. Een geglobaliseerd mens in een geglobaliseerde samenleving.

„Vorig weekend was ik in Amsterdam. Waar was jij vorig weekend?” Hij kijkt me geconcentreerd aan. Ik weet dat hij mijn woorden in zijn hoofd aan het herhalen is en de zin ervan probeert te doorgronden. Hij heeft groene ogen, zie ik nu. Of toch nog net hazelnootbruin? Het is onbeleefd om in zijn ogen te staren dus ik kijk langs hem door de glazen wand en wacht geduldig.

„Ik was in Tjechische Republiek.” Hij had me uitgelegd dat de Tsjechen niet blij zijn met de naam Tsjechië, hij kon zich er niet druk om maken, zei hij schouderophalend, maar de term lag voor de meeste Tsjechen gevoelig. Dus nu gebruiken we in de les steeds de correcte naam voor zijn land.

„Dé Tsjechische Republiek”, corrigeer ik automatisch.

„De Tsjechische Republiek”, herhaalt hij gehoorzaam. „Ik was …”, vervolgt hij, „op festival”. Mooi, internationaal woord, festival.

„Een festival”, corrigeer ik. Ondertussen krijg ik een plaatje in mijn hoofd van een podium met een rockband, of misschien heavy metal. Ik ben nog bezig te bedenken wat voor muziek hij zou luisteren als hij zegt: „Het is voor een … Saint?”

„Een …?”

„Saint. Saint Catharina.” Het ritme in de naam en de manier waarop hij de ‘t’ ploft en de ‘r’ laat rollen is even heel wat anders dan zijn vlakke Engels en Nederlands.

„Ah”, zeg ik een beetje verdwaald.

„Zij is”, zegt hij moeizaam zoekend, hij heeft nog maar een paar lessen gehad, „zij is the Saint…”

„De Sint …”

„Sint for my dorp?” Voor ik kan antwoorden, zegt hij snel: „Here, I will show you.”

Hij pakt zijn iPhone en houdt me het schermpje voor. Ik zie mijn cursist in de zon staan in het gras voor een houten huis. Hij heeft een witte blouse met borduursels aan, een blauwe wijde broek en hoge leren laarzen. Op de volgende foto staat hij naast een jongeman.

„Mijn broer, hij werkt ook als ingenieur, in Dublin.” Ook de broer ziet er helemaal geen been in om met een geborduurde blouse met pofmouwen op de foto te gaan. Dan komt er een foto van allemaal jonge mensen, de jongens allemaal in dezelfde kleren als mijn cursist, de meisjes in blouses en rokken, alles met linten versierd en met bloemen geborduurd.

„We komen allemaal terug naar ons dorp voor het festival.” Hij praat Engels, snel, voor ik hem kan onderbreken en zeggen „in het Nederlands graag”.

Dit hele Europa dat een taal deelt, systemen deelt. En naast dit uniforme leven nog een eigen leven heeft, vol eigen kleuren en geuren

„We komen ieder weekend om te dansen en liederen te repeteren. En op het festival heeft iedere groep een andere rol. Wij waren de wijndragers.” Hij wijst op de foto, ik zie nu dat de jonge mannen brede mandflessen in hun handen hebben.

„Deze festivals zijn heel populair onder de jongeren”, legt hij uit. „Je ontmoet veel mensen en de meisjes weten dat ze er goed uitzien in hun kostuum.”

Ik vind dat hij er ook goed uitziet in hoge leren laarzen en de witte blouse die zijn brede schouders benadrukt.

„Jij gaat ook graag naar dit festival?”

Hij kijkt me even aan of ik iets heb gemist. Besluit dan dat ik een buitenlander ben en legt geduldig uit: „Ieder dorp heeft dit festival op de dag van hun Sint. We gaan ook naar de festivals van andere dorpen. Maar het feest van je eigen dorp, daar kijk je het hele jaar naar uit. Wij hebben geluk dat Sint Catharina in de zomer haar dag heeft. Ik hou van de zon en van wijn. Ik kom uit Moravië, wij hebben heel goede wijn, allemaal uit onze eigen streek.”

Ik voel dat ik staar. Naar de jongeman in een blauwgestreept overhemd in een glazen kantoor. Die ook een leven blijkt te hebben in traditionele klederdracht. Met zon en wijn. Becherovka, Moravië, Sint Catharina.

Wat een weelde, denk ik, kijkend naar de foto’s op de telefoon van mijn cursist, dat dit allemaal in Nederland langskomt. Ik heb sinds ik terug ben jonge professionals lesgegeven uit Italië, Roemenië, Spanje, Griekenland. Dit hele Europa dat een taal deelt, systemen deelt, computers gebruikt die alles deelbaar maken. En naast dit uniforme leven nog een eigen leven heeft, vol eigen kleuren en geuren, tradities en geluiden.


Lees ook het interview met Josephine Rombouts: Huishoudster in Schots kasteel: ‘alsof ik bij vreemde stam was terechtgekomen’

Mijn Tsjechische cursist tikt het telefoonscherm aan en legt zijn mobiel naast zich neer. Geduldig buigt hij zich weer over de vervoeging van het werkwoord ‘zijn’. Zijn hand ligt naast zijn boek en nu zie ik dat hij aan zijn pols een bandje draagt. Het komt net onder de manchet van zijn overhemd uit. Het is een lint zoals op de kostuums zit, zwart met rode bloemen: zijn festivalbandje.

Josephine Rombouts is de auteur van Cliffrock Castle, Werken op een kasteel in Schotland, een boek over haar belevenissen als huishoudster op een Schots kasteel. Ze woont nu weer in Nederland. Josephine Rombouts is een schrijverspseudoniem.

Source link
2019-05-09 13:41:35

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: