Taking too long? Close loading screen.
Mentalist Nuno
Twintigers studeren langer en hebben minder snel vaste baan dan in 2008 | NU

Twintigers studeren langer en hebben minder snel vaste baan dan in 2008 | NU

Twintigers studeren langer en hebben minder snel vaste baan dan in 2008 | NU

Twintigers hadden in 2018 minder snel een vaste arbeidsrelatie dan tien jaar geleden, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2018 had de helft van de 27-jarigen vast werk. Tien jaar daarvoor had 50 procent van de 24-jarigen al een vaste baan. Er was op dit vlak in 2018 nauwelijks een verschil tussen mannen en vrouwen.

Volgens het CBS hebben twintigers vandaag de dag te maken met een arbeidsmarkt waar flexibele contracten steeds meer voorkomen.

In 2018 waren mannen vaker werkloos. Dit resulteert in het gegeven dat het aantal mannen met een vaste arbeidsrelatie iets meer is gedaald dan bij vrouwen.

Twintigers volgen ook langer onderwijs en hebben minder vaak een koopwoning

Een andere oorzaak voor het feit dat twintigers minder vaak vast werk hebben dan tien jaar geleden, is dat ze ook langer onderwijs volgen. In 2008 ging meer dan de helft van de 23-jarigen niet meer naar school. Tien jaar later veranderde dat in 24 jaar.

Ook bezitten twintigers volgens het CBS steeds minder vaak een eigen koopwoning. In 2017 bezat de helft van de 28-jarige een koopwoning. In 2008 lag die leeftijd twee jaar lager.

Source link
2019-05-13 05:11:29

nuno-show.nl

Waarom kiezers baat kunnen hebben bij wat méér ‘negative campaigning’

Waarom kiezers baat kunnen hebben bij wat méér ‘negative campaigning’

Waarom kiezers baat kunnen hebben bij wat méér ‘negative campaigning’

Je hebt geregeld thema’s waarover ze in de Haagse binnenwereld totaal anders praten dan in het openbaar – het SP-campagnefilmpje over Timmermans was deze week een treffend voorbeeld.

Natuurlijk vonden ze het een gedrocht. Een platvloerse aanval op Timmermans’ gestalte. Cynisch, kwaadaardig, onder de gordel.

Zelf vond ik de verdediging van SP-voorzitter Meyer bij Pauw het dieptepunt: het was volgens hem satire.

Misschien, dacht ik, moet iemand Meyer even bellen: dat we bij verkiezingen niet op satire stemmen, maar op politici.

Je gunt het de man dat hij zijn functie door deze toestand verliest, en met interne oppositie in twee traditioneel sterke SP-afdelingen – Oss en Rotterdam – is dit niet eens totaal ondenkbaar.

Maar er is dus ook een andere werkelijkheid: ik sprak deze week politici en strategen uit zes partijen, ook SP en PvdA, en ze waren ervan overtuigd dat twee partijen hiervan profiteren.

Inderdaad: SP en PvdA.

De SP verkeert in wanhoop. Beroerde Statenverkiezingen en een nieuwe Europese lijsttrekker, de Vlaardingse oud-wethouder Hoekstra, die – nog een blunder van Meyer – volgens onderzoek bij maar vijf procent van de kiezers bekend is.

Dus met dit spotje bereiken ze alsnog wat met die lijsttrekker nooit kon lukken: iedereen praat over ze. Campagnewet één: om mee te spelen móét je over de tong gaan.

Campagnewet twee: wie wordt aangevallen is blijkbaar relevant. Dus ook Timmermans heeft hier baat bij. Detail: stilletjes hoopt de PvdA dat ze 23 mei groter wordt dan GroenLinks.

En omdat linkse kiezers primair switchen tussen GroenLinks, SP en PvdA, is dit spotje vooral nadelig voor GroenLinks. Campagnewet drie: het ergste is genegeerd worden.

Zo was er deze week dus een levensgroot verschil tussen de publieke afwijzingen van dat spotje en de interne calculaties erover.

Het liet vooral zien: in bijna alle partijen doorzien ze de kracht van negative campaigning allang.

Elke campagne draait om agenderen, en de vraag is: waarom lijken partijpolitici hierin slechter te worden?

Ik belde donderdag Hans Spekman, de oud-PvdA-voorzitter, en dit was geen toeval. Politiek gaat om inhoud, en oud-politici kunnen hun zaakjes vaak beter onder de aandacht brengen dan zittende politici.

Zo stond Spekman een dag eerder in de opening van het AD. Na zijn PvdA-voorzitterschap ging hij – hoezo partijkartel? – het Jeugdeducatiefonds leiden, dat opkomt voor een van de belangrijkste maar minst sexy thema’s van deze tijd: kinderen in achterstandswijken.

Hier is belachelijk weinig politieke aandacht voor, hoewel het een democratische kernwaarde bedreigt: dat we mensen beoordelen op hun talent, niet hun afkomst.

Onderzoek leert dat het omgekeerde gebeurt – een schandalig onrecht: de plaats van je wieg bepaalt je maatschappelijke kansen.

Politiek dom, maatschappelijk dom, economisch dom.

Dus de politicus die hier zijn tanden in zet, van welke partij ook, verdient alle steun.

En het interessante is dat Spekman dit thema wél weet te agenderen terwijl zittende politici daarin amper slagen.

Dat komt ook, legde hij uit, omdat je als Kamerlid geen tijd hebt onderwerpen uit te diepen. Algemeen overleg, mediavragen, regeling van werkzaamheden: je moet altijd dóór. „Je zit gevangen in nikserigheid”, zei Spekman.

En hij bracht het afgelopen jaar bezoeken aan 103 scholen om vast te leggen hoe precies scholieren in achterstandswijken worden benadeeld: lager onderwijsniveau, minder betrokkenheid ouders, taaltekorten, etc.

Nu begint de volgende fase (aandacht, geld en verandering genereren), en Spekman was zo handig een onverwachte lobbypartner aan zich te binden: bestuursvoorzitter Kees van Dijkhuizen van ABN Amro.

Hun foto in het AD trok vanzelf de aandacht: Spekman in ongestreken overhemd, de dasloze bankier in kostuum ernaast.

„Zo doe je dat”, zei Spekman. „Ik ben scherp in mijn opvattingen maar werk met iedereen die mijn doelen dichterbij brengt – ook een bankier.”

Hij deed dit jaren geleden al met Wilders in de raad van Utrecht, zei hij. „Niemand is zwart-wit goed of slecht.”

En de kern is nu: in de actieve politiek durft – zeker in campagnetijd – bijna niemand nog dit soort gewaagde coalities aan te gaan.

Want nu identiteit de rol van inhoud overneemt, zitten partijpolitici – die zelf vaak wel willen samenwerken – gevangen in versplintering en tribalisme – en de smetvrees voor andersdenkenden die hun achterbannen van ze verwachten.

Het effect op verkiezingscampagnes is desastreus: zo lijkt de campagne voor de Europese verkiezingen, over minder dan twee weken (23 mei), kiezers volledig te ontgaan.

Dat is primair omdat partijen nu vooral nog met hun achterban communiceren, via sociale media: het ideaal van de ideeënstrijd is vervangen voor de vanzelfsprekendheid van het eigen gelijk.

Ook tv-debatten brengen amper nog strijd in beeld: onder druk van partijen zelf is het groepsdebat vervangen voor consequentieloze ‘een-op-eentjes’: ‘Dan nu Krol tegen Segers over de zorg.’

Ook spelen verzuilde tradities een rol: bijna geen partij wil zich mengen in interne problemen of de kwaliteit van kandidaten bij de concurrentie.

Zo worden alle risico’s en verrassingen gemeden. Het creëert een campagne waar geen kiezer belang bij heeft: verkiezingsnieuws met de allure van een partijfolder.

Dus in de week van dat ondermaatse SP-spotje is het misschien onlogisch om te zeggen, maar de beste manier om dit te doorbreken is vermoedelijk – mits feitelijk onderbouwd – méér negative campaigning.

Flankpartijen winnen er meestal mee, al zijn zij niet feitelijk maar mentaal georiënteerd: de politiek van het nee. Stem tegen, stem SP (1994). Breek het partijkartel (FVD 2017). Stem ze weg (PVV 2019).

Middenpartijen zijn ook niet allemaal lieverdjes, maar zij vallen de concurrentie het liefst omfloerst aan (ofwel hard, maar dan via-via).

Het effect is dat het overgrote deel van de politiek in campagnetijd geen verlangen naar competitie uitstraalt. Geen behoefte om de programmatische en persoonlijke kwaliteiten van de concurrentie te testen.

En het gevolg is, zoals we in maart zagen, dat iemand als Baudet zo’n beetje onweersproken verkiezingen kan winnen.

Het gevolg is ook dat we zelden weten wie we kiezen – want zolang partijen het niet wagen zwaktes van elkaars kandidaten aan te roeren, blijven kandidaat-politici een onbeschreven blad.

Over partijprogramma’s bestaat wel enige concurrentie, maar dat gaat meestal over econometrie: ‘Volgens het CPB scoort ons programma beter op werkgelegenheid, Pieterse.’

Dus zolang middenpartijen via sociale media vooral zichzelf blijven bewonderen, en anderen niet feitelijk aanvallen op persoonlijke en inhoudelijke kwaliteiten, blijven onze campagnes iets houden van de verslaggeving van eb en vloed.

Maar je hoeft echt niet tot SP-verhuftering te vervallen om de kiezer het voordeel van op feiten gestoelde negative campaigning te laten zien.

Om te laten zien dat de rechtstreekse feitelijke aanval op de ander, en de rechtstreekse feitelijke aanval op andermans programma, uitstekende manieren zijn om elkaar te testen – en de kiezer inzichten te verschaffen die hij nu meestal pas na de verkiezingen opdoet.

Source link
2019-05-11 00:00:00

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: