Van betrouwbare energiereus naar nijpend klimaatprobleem

Van betrouwbare energiereus naar nijpend klimaatprobleem

Van betrouwbare energiereus naar nijpend klimaatprobleem

Een unicum in Europa. Nog geen vijf jaar geleden gingen in Nederland drie gloednieuwe kolencentrales in bedrijf, bijna binnen een jaar. Tot de bouw van de centrales was bijna tien jaar eerder besloten door het kabinet-Balkenende IV. Ze waren bedoeld om het land energiezekerheid te bieden, maar nu zijn ze onderdeel van het klimaatprobleem. Inclusief twee oudere centrales veroorzaken ze 10 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot.

In maart nam het huidige kabinet een besluit waar niemand echt van opkeek. Eén van de oudere centrales, de Hemwegcentrale in Amsterdam, sluit op 1 januari. Directe aanleiding is de Urgenda-zaak, die de staat vorig najaar ook in hoger beroep verloor. De rechter eist dat Nederland meer doet om zijn burgers te beschermen tegen klimaatverandering. Daarom moet de uitstoot in 2020 met een kwart omlaag, ten opzichte van 1990. De sluiting van de Hemweg is lang niet voldoende.

Begin juni komt het kabinet met nieuwe maatregelen om aan Urgenda te voldoen, nadat de deadline van april onhaalbaar is gebleken. Eén maatregel laat in klimaateffectiviteit alle andere ver achter zich: de sluiting van nog meer kolencentrales.

Het kabinet besloot in het regeerakkoord om de nieuwste centrales tot 2030 open te houden. Maar volgens verschillende bronnen circuleren nu toch sluitingsplannen.

We checkten vijf politieke stellingen in de aanloop naar een nieuwe discussie over de toekomst van de kolencentrales.

1 ‘Het kost vele miljarden om de kolencentrales, die nog geen vijf jaar oud zijn, te sluiten’

Hoeveel moet de staat de energiebedrijven aan compensatie betalen om hun nagelnieuwe, destijds door de staat aangemoedigde, kolencentrales te sluiten? Duidelijk is hoeveel de drie centrales uit 2015 en 2016 hebben gekost: rond de 6 miljard euro. Destijds zei toenmalig minister Henk Kamp (EZ, VVD) dat sluiting „miljarden en miljarden” aan kapitaalvernietiging voor de bedrijven betekende.

Nog altijd benadrukken de eigenaren dat de installaties veertig jaar meegaan, en dus nog een grote waarde vertegenwoordigen. Maar is dat zo? In de afgelopen tien jaar hebben energiebedrijven grote bedragen afgeboekt op hun Europese kolencentrales, signaleerden economen al. De Londense energieconsultant Gerard Wynn, van financiële denktank IEEFA, die de Europese kolencentrales nauwgezet volgt, noemt het „best onthutsend” dat er zo recent nog kolencentrales zijn gebouwd. „De toekomst voor kolen is wereldwijd niet geweldig, in Europa slecht, en in West-Europa bijzonder slecht.” De positie van de centrale verslechtert door strengere klimaatwetgeving. De Europese CO2-prijs is sterk gestegen, en die heffing op de uitstoot tast nu al de winstgevendheid en mogelijk ook de inzet van de centrales aan. Het klimaatakkoord legt daar nog een nationale CO2-prijs bovenop. Wynn schatte in maart op basis van de jaarverslagen van RWE, Engie en Uniper dat de drie nieuwe centrales voor 1,3 miljard in de boeken staan.

Centrale verkocht

Is het waar? De sector is erg nieuwsgierig naar de deal die vorige week is gesloten door het Franse Engie. Het verkocht zijn centrale op de Maasvlakte, samen met drie Duitse kolencentrales, aan de Amerikaanse investeerder Riverstone. Het Franse dagblad Les Échos en persbureau Bloomberg meldden op basis van anonieme bronnen dat voor de vier centrales slechts 250 miljoen euro betaald zou zijn. Ook Wynn bevestigt dat bedrag. Riverstone wil niet ingaan op vragen van NRC.

2 ‘Sluiting van kolencentrales levert genoeg CO2-reductie op om Urgenda-doelen te halen’

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schat dat Nederland in 2020 rond de 9 miljoen ton CO2 te veel zal uitstoten om aan de eis in de Urgenda-zaak te voldoen. Volgens GroenLinks komt dat doel „dichtbij” als vier van de vijf kolencentrales, die samen vorig jaar bijna 20 miljoen ton CO2 uitstootten, te sluiten. De oudere Amercentrale in Geertruidenberg, die al flink op houtsnippers draait, zou volgens dat plan in bedrijf blijven. Als kolencentrales dichtgaan, neemt de CO2-uitstoot in Nederland ongetwijfeld sterk af. Want deels wordt de stroomproductie overgenomen door (schonere) gascentrales, en deels verplaatst die zich naar het buitenland.

Conclusies onveranderd

Rond 2015, toen de toekomst van de kolencentrales ter discussie kwam door de eerste rechterlijke Urgenda-uitspraak, hebben verschillende onderzoekbureaus (ECN en Frontier Economics) berekend wat sluiting van álle kolencentrales in 2020 en de jaren daarna zou opleveren. Ze kwamen op een CO2-besparing van 12 tot 16 miljoen ton per jaar. „De cijfers zijn wat verouderd, maar onze belangrijkste conclusies blijven onveranderd”, zegt onderzoeker Patrick Peichert van Frontier Economics nu. De opbrengst van sluiting zou tegenwoordig wat kleiner zijn. Het gaat maximaal om vier centrales, die bovendien niet alleen kolen stoken maar ook een beetje hout. Ook is de markt voor kolencentrales nu ongunstiger, en dan levert sluiting minder op. Maar dat het ‘Urgenda-gat’ (door PBL met een ruime onzekerheid geraamd op 2 à 17 miljoen ton CO2) ermee te dichten valt, is goed mogelijk.

Er is één voorbehoud: met verplaatsing van de uitstoot naar het buitenland schiet het klimaat niets op. Frontier concludeerde in 2016 dat sluiting van Nederlandse centrales door de ‘weglek’ een bescheiden effect zou hebben, omdat buitenlandse kolencentrales de productie deels overnemen. Maar in de afgelopen drie jaar is ook de druk op ‘vuile’ stroom in het buitenland groter geworden.

3 ‘De prijs voor elektriciteit gaat omhoog op het moment dat de kolencentrales sluiten’

In 2017 al waarschuwde toenmalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) dat de energierekening stijgt als de kolencentrales sluiten. Dat betwist niemand. Want dan wordt stroom in West-Europa op momenten schaarser, en stijgen de prijzen. De geschatte prijsstijgingen door sluiting van alle Nederlandse kolencentrales liggen rond 10 procent. Of dat veel is, daarover lopen de meningen uiteen. Economisch bureau Spring, dat in 2016 voor milieuorganisatie Greenpeace een analyse maakte, noemde de stijging „relatief beperkt”. Een gemiddeld huishouden scheelt het zo’n 15 euro per jaar. Al kan de prijs verder toenemen als, zeg, Belgische kerncentrales weer met storingen kampen, of als centrales in een droge zomer onvoldoende koelwater hebben.

Licht uit

We hoeven in ieder geval niet bang te zijn dat het licht uitgaat, zoals De Telegraaf in januari suggereerde onder de kop ‘Kolenplan Klaver kul’. Dat gebeurt „zeker niet”, verzekert de Groningse hoogleraar Machiel Mulder, mits energiebedrijven twee tot drie jaar voorbereidingstijd krijgen om zich aan te passen. Sommige Nederlandse gascentrales staan nu (deels) uit, en kunnen dan worden opgestart. Mulder, specialist in regulering van energiemarkten, noemt snellere, gelijktijdige sluiting van meerdere kolencentrales „hoogst onverstandig”. Bij zo’n abrupte verandering kunnen tijdelijke tekorten ontstaan, die leiden tot sterkere prijsstijgingen. „Dat levert economische schade op. Op die momenten zullen sommige bedrijven die veel stroom verbruiken, ervoor kiezen zichzelf uit te schakelen”, aldus Mulder.

Dat zou betekenen dat grootschalige sluiting in 2020 te snel komt voor een soepele overgang. Netbeheerder Tennet heeft hier het beste zicht op. Niet voor niets heeft het ministerie Economische Zaken en Klimaat Tennet onlangs gevraagd naar de gevolgen voor de leveringszekerheid te kijken.

4 ‘Kolencentrales zijn nuttig om niet helemaal afhankelijk van gas te worden’

Kolencentrales gingen volgens toenmalig minister Laurens-Jan Brinkhorst (Economische Zaken, D66), een wegbereider van de centrales, een belangrijke strategische rol spelen.

Een „eenzijdig gasgestookt productiepark” is niet goed, schreef de minister in 2004. Kolencentrales vond hij economisch efficiënt. Destijds kon de D66-bewindsman op brede politieke steun rekenen.

Daar horen kolen in

Ook Maxime Verhagen (CDA) streefde als EZ-minister nog naar „een evenwichtige mix van energie en daar horen ook kolen in”. De gasprijs was vroeger aan die van olie gekoppeld. Een hoge olieprijs zou stroom in Nederland duurder maken. Dat zou nadelig zijn, want Duitsland (kolen) en Frankrijk (kernenergie) kenden die afhankelijkheid niet.

De koppeling tussen olie- en gasprijs bestaat niet meer en door de opkomst van duurzame energie vermindert de dominantie van gas. Als het klimaatakkoord wordt uitgevoerd, komt in 2030 driekwart van de stroom van windmolens en zonnepanelen.

In de visie van Brinkhorst was ook voor steenkool een grote rol in de energietransitie weggelegd. Met de voorziene opkomst van wind en zon zouden juist kolencentrales voor „voorzieningszekerheid” kunnen zorgen.

Mogelijk heeft investeerder Riverstone nog aan een dergelijke rol gedacht toen het Engies Rotterdamse en Duitse kolencentrales kocht, speculeert energie-econoom Hans van Cleef van ABN Amro. „Maar eigenlijk liggen gascentrales daarvoor meer voor de hand.” Die centrales kunnen het gemakkelijkst ‘op- en afgeregeld’ worden.

Overigens was de CO2-uitstoot door kolen in 2005 al wel een thema voor Brinkhorst. „Mogelijk moet al binnen tien jaar na de inbedrijfstelling van de centrale een beslissing worden genomen over de CO2-afvang en -opslag”, schreef de bewindsman. Van die afvang en opslag kwam niets terecht.


Hoe ‘Urgenda’ een levensgroot probleem werd

5 ‘Nederland haalt EU-doelen voor duurzame energie niet zonder de kolencentrales’

In mei 2018 legde minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) aan de Tweede Kamer uit waarom het kabinet de nieuwste kolencentrales wil openhouden tot 2030. Één argument dat hij noemde, was de eis die de Europese Unie aan Nederland heeft opgelegd om in 2020 14 procent van zijn energie uit ‘hernieuwbare’ bronnen te halen.

Het stoken van hout in kolencentrales telt daarbij mee, en daarom zegde het vorige kabinet de kolencentrales miljarden aan subsidies toe om houtkorrels bij te stoken.

Hout stoken veroorzaakt officieel geen CO2-uitstoot, al is daar veel kritiek op. De Amercentrale is vorig najaar op grote schaal met het bijstoken van houtkorrels begonnen. De drie nieuwe centrales in Eemshaven en op de Maasvlakte willen vanaf dit jaar beperkter (voor 10 à 20 procent) op hout gaan draaien.

Het schiet desondanks niet op met de duurzame energieproductie in Nederland. Wiebes kreeg vorige maand een reprimande van eurocommissaris Miguel Arias Cañete (Klimaatactie) omdat geen enkele andere land zo ver achterloopt. Volgens het PBL komt Nederland in 2020 uit op 12,2 procent duurzame energie, terwijl 14 procent het doel is. Over dat doel valt niet te onderhandelen, liet Cañete in NRC weten.


Lees het interview met Cañete: Den Haag moet een nieuw plan voor duurzame energie maken

1,9 miljard subsidie

De drie moderne kolencentrales, die relatief weinig hout bijstoken, zijn goed voor 0,6 procentpunt van de 12,2 procent. Daarvoor zullen die centrales tot omstreeks 2028 in totaal circa 1,9 miljard euro subsidie ontvangen. Dus ja, zonder de kolencentrales haalt Nederland zijn doelen voor duurzame energie niet, maar mét de kolencentrales evenmin. De Kamer heeft Wiebes gevraagd in andere EU-lidstaten in wind of zon te investeren om nog aan de eis te voldoen. Daar doet de minister onderzoek naar. Hij presenteert voor de zomer zijn conclusies.

Source link
2019-05-03 17:09:46

nuno-show.nl

Datacenters verbruiken drie keer zoveel stroom als de NS

Datacenters verbruiken drie keer zoveel stroom als de NS

Datacenters verbruiken drie keer zoveel stroom als de NS

Zelfs de cloud heeft zijn grenzen. Het stroomnet kan de digitale revolutie niet bijbenen. De afgelopen jaren schoten datacenters als paddestoelen uit de grond. Die zijn nodig voor alles wat online gebeurt, van Netflix, Youtube, Fortnite en mobiele apps tot bigdata-analyse, cloud computing en kunstmatige intelligentie. De regio Amsterdam is uitgegroeid tot een van de grootste datahubs ter wereld, dankzij een combinatie van razendsnel internet en een goedkope, betrouwbare stroomvoorziening.

Maar vorig jaar bleek het stroomnet in de regio Schiphol plotseling vol. Hetzelfde dreigt voor de dataclusters in Amsterdam Zuidoost, het Westelijk Havengebied en op het Science Park, zo bevestigt de gemeente Amsterdam.

De datacenters, verenigd in de Dutch Data Center Association (DDA), sloegen daarom vorig jaar alarm bij minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD). „Met de noodstop die we zien voor de digitale industrie, zien we een stroominfrastructuur die nu al niet toereikend is om de gevolgen van de groei van de digitale transformatie bij te houden. Terwijl de transitie van het gas af, richting elektrisch rijden nog moet beginnen. Een doodeng scenario.”

Behalve de DDA lijkt niemand zich erg te bekommeren om de explosieve groei van de datasector, noch om zijn honger naar elektriciteit. „Dat houden wij niet bij”, antwoordt Wiebes’ ministerie, gevraagd naar verbruikscijfers. Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft hetzelfde antwoord en ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), verantwoordelijk voor de doorrekening van het klimaatakkoord en bijbehorende transitieplannen, heeft geen idee. Netbeheerder Tennet zou moeten weten hoeveel stroom de datacenters gebruiken, maar wil „omwille van de privacy” niets zeggen.

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) becijfert het mondiale stroomverbruik van de datacenters op 1 procent van de totale elektriciteitsvraag. De transmissie van alle datastromen via zendmasten en kabels slokt eveneens 1 procent op. Hoewel het dataverkeer de komende twee jaar naar verwachting verdubbelt, denkt het IEA dat de stroomvraag door efficiencywinst nagenoeg gelijk zal blijven. Het wetenschappelijke tijdschrift Nature is er minder gerust op, zeker voor de langere termijn. Het artikel How to stop data centres from gobbling up the world’s electricity haalt een studie aan van onderzoekers van de Chinese telecomgigant Huawei. Zij voorspellen dat de ICT-sector in 2030 mogelijk 21 procent van alle elektriciteit verbruikt – de hoofdmoot voor dataopslag en -transmissie.

Transitieplannen in de prullenbak

Gezien de hub-functie van Nederland, ligt het voor de hand dat het elektriciteitsverbruik er relatief hoger ligt. De enige beschikbare cijfers komen van de DDA zelf. De circa 200 Nederlandse datacenters hebben een gezamenlijke capaciteit van 1.300 megawatt. Uitgaande van een conservatieve, internationaal gangbare bezettingsgraad van 35 procent, zou hun verbruik uitkomen op zo’n vier miljard kilowattuur per jaar. Dat is ruim 3 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik, en het is in lijn met een schatting in de recente Ruimtelijke Strategie Datacenters, waarin de rijksoverheid een ‘Routekaart 2030’ presenteert. Dat betekent dat de Nederlandse datacenters bijna drie keer zo veel stroom verbruiken als de Nederlandse Spoorwegen (1,35 miljard kilowattuur) en meer dan alle stroom die in Nederland wordt opgewekt met zonnepanelen (3,1 miljard kilowattuur). Aangenomen dat voor de transmissie van het dataverkeer eenzelfde hoeveelheid stroom nodig is, komt het totale verbruik op het dubbele uit.

De DDA verwacht dat de Nederlandse datasector, in lijn met de historische en internationale trend, iedere vier jaar in omvang verdubbelt. Als dat zich doorzet en het stroomverbruik gelijke tred houdt, slokt het dataverkeer in 2030 de helft van alle stroom in Nederland op en kunnen de transitieplannen de prullenbak in.

Zo’n vaart zal het volgens DDA-directeur Stijn Grove niet lopen, al is het maar omdat de sector nu door stroomgebrek een noodstop dreigt te maken. „Wij zeggen al jaren dat het stroomnet uitgebreid moet worden, maar er gebeurt veel te weinig. Het ontbreekt de overheid en netbeheerders aan een gevoel van urgentie, visie en kennis. In en rond Amsterdam is de stroom zo goed als op en ook in Almere knelt het nu.”

Een nieuw datacentrum vraagt volgens netbeheerder Alliander al snel evenveel stroom als een stad van 35.000 tot 140.000 inwoners. De Amsterdamse datacenters gebruiken volgens de gemeente inmiddels 1,1 miljard kilowattuur stroom per jaar, iets meer dan alle Amsterdamse huishoudens bij elkaar. De grootverbruikers betalen er per kilowattuur circa een kwart van de consumentenprijs voor. Maar op die enorme afname is het stroomnet niet berekend. Niet omdat er te weinig stroom is – die kan zo nodig geïmporteerd worden – maar omdat de verdeelstations het niet aankunnen.

Door gedoe met vergunningen en dwarsliggende gemeenten en omwonenden laat de oplevering van een nieuw verdeelstation in Rijsenhout bij Schiphol volgens de netbeheerders zeker vijf tot zeven jaar op zich wachten. Een datacenter staat er binnen een à twee jaar. „Daar zien we een systeemfout”, zegt Grove. „Ofschoon we al twintig jaar weten dat de energietransitie eraan komt en de digitale transformatie zich razendsnel ontwikkelt, is er de laatste tien jaar nauwelijks actie ondernomen door de netbeheerders.”

Met de Routekaart 2030 moet de groei in betere banen worden geleid. Dat kan onder andere door nieuwe datacenters slim te clusteren, liefst in de nabijheid van elektriciteitscentrales of wind- en zonneparken. Hoewel Grove blij is met de Routekaart, ziet hij nog te weinig concrete vervolgstappen. „Eigenlijk is het al te laat.”

De ‘sectortafel elektriciteit’, een van de vijf overlegplatforms die voor Wiebes plannen maakten om het klimaatakkoord te realiseren, liet het verbruik van de datacenters vorige zomer blanco. Er was slechts de toezegging „uit te zoeken voor het najaar wat de mogelijke groei van elektriciteitsvraag van datacentra kan worden”. Het is onduidelijk of dat ook is gebeurd. Het eindrapport laat het onbesproken en het PBL zegt er geen enkel zicht op te hebben.

Grootste windmolenpark

Iedere duurzaam opgewekte kilowattuur die naar een datacenter gaat, kan niet gebruikt worden voor een warmtepomp of elektrische auto. In de Wieringermeer, in de kop van Noord-Holland, verrijst Nederlands grootse windmolenpark op land, goed voor een productie van 1,3 miljard kilowattuur, genoeg voor 370.000 huishoudens. Alleen gaat die stroom niet naar huishoudens, maar volledig naar het naastgelegen datacenter van Microsoft. „Follow the energy and plug into your opportunities in Eemshaven„, werft Dataport Eemshaven op zijn website. „Beste locatie voor datacenters in Europa” en „De beschikbaarheid van energie in de Eemshaven is ongeëvenaard in Europa”. De Eemshaven heeft met Google al het grootste hyperscale datacenter van Nederland in huis, Googles grootste in Europa. Het bedrijf kreeg vorig jaar een vergunning om de capaciteit te verdrievoudigen.

Amsterdam gaat straks benzineauto’s weren, zet op papier in op een volledig circulaire energiehuishouding, waar mogelijk all electric, en wil op termijn de helft van die duurzame energie binnen de eigen gemeentegrens opwekken. De vraag is hoe en vooral waar, want alleen al voor de huidige Amsterdamse datacenters zouden duizend voetbalvelden met zonnepanelen nodig zijn. Bovendien kan het stroomnet, nog voordat de transitie goed en wel gestart is, de elektriciteitsvraag op veel plaatsen al niet aan.

Gevraagd hoe een en ander zich laat verenigen, legt wethouder Marieke van Doorninck (GroenLinks), verantwoordelijk voor ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid, via haar woordvoerder de bal bij de datasector: „Het is belangrijk dat de sector zijn verantwoordelijkheid neemt door zo efficiënt mogelijk met elektriciteit om te gaan, door zelf zoveel mogelijk duurzame energie te produceren, bijvoorbeeld met zonnepanelen op zijn daken, en de restwarmte die hij produceert nuttig in te zetten voor bijvoorbeeld de verwarming van gebouwen of woningen.”

Laat dat nou precies zijn wat de datacenters al jaren doen. En nu is het stroomnet vol.

Source link
2019-05-14 00:00:00

nuno-show.nl

Nederlandse uitstoot broeikasgassen licht gedaald

Nederlandse uitstoot broeikasgassen licht gedaald

Nederlandse uitstoot broeikasgassen licht gedaald

De uitstoot van broeikasgassen was in 2018 2 procent lager dan in het jaar ervoor. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag. De oorzaak ligt met name bij de kolencentrales, die minder in bedrijf waren en daarvoor minder CO2 uitstootten. Ook de inkrimping van de rundveestapel droeg bij aan de afname.

De daling van de broeikasuitstoot in het afgelopen jaar is voor de staat echter te beperkt om in 2020 te voldoen aan het rechterlijk vonnis in de zogenoemde Urgenda-zaak. De huidige jaarlijkse afname van de uitstoot is evenmin voldoende voor een halvering van de broeikasuitstoot in 2030, zoals het kabinet wenst.

De uitstoot van broeikasgassen was vorig jaar 189,5 miljoen ton. Dat is 14,5 procent minder dan in ijkjaar 1990. De rechter in de Urgenda-zaak heeft echter bepaald dat al volgend jaar de uitstoot met minstens 25 procent moet zijn afgenomen ten opzichte van 1990. In het afgelopen jaar ging de broeikasuitstoot met 4 miljoen ton naar beneden. Om nog te voldoen aan het Urgenda-vonnis moet er binnen twee jaar nog eens 23,5 miljoen ton vanaf. Het kabinet kondigde in maart aan dat de kolencentrale Hemweg in Amsterdam moet sluiten vanwege Urgenda. Andere maatregelen worden begin juni bekend gemaakt.

De uitstoot van broeikasgassen daalt nu voor het tweede jaar op rij, ondanks de hoogconjunctuur. De verminderde inzet van kolencentrales is een belangrijke oorzaak van die daling. Tot medio 2017 was op de Maasvlakte nog een oude kolencentrale in bedrijf. Onder meer door de sluiting daarvan daalde de CO2-uitstoot van de elektriciteitssector. Een deel van de stroomproductie verplaatste zich naar het buitenland – in de praktijk doorgaans naar Duitsland. De CO2-uitstoot van geïmporteerde elektriciteit telt in Nederland niet mee. De stroomproductie van kolencentrales werd ook deels overgenomen door gascentrales, die veel minder CO2 uitstoten.

In de landbouwsector kromp de uitstoot van het broeikasgas methaan door de krimp in de rundveesector. Door de invoering van het fosfaatrechtenstelsel en het fosfaatreductieplan is het aantal melkkoeien in het afgelopen jaar fors afgenomen. Runderen stoten methaan uit door hun spijsvertering.

Source link
2019-05-09 07:34:01

nuno-show.nl

Minder koeien en kolen niet genoeg voor klimaat

Minder koeien en kolen niet genoeg voor klimaat

Minder koeien en kolen niet genoeg voor klimaat

Voor het tweede achtereenvolgende jaar is de uitstoot van broeikasgassen in Nederland gedaald. In 2018 daalde de uitstoot met 2 procent tot bijna 190 miljoen ton, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

De uitstoot daalde, ondanks de groei van de economie. Sinds 2016 liep de uitstoot, die zorgt voor de opwarming van de aarde, met 3 procent terug, terwijl de economie met 8 procent groeide.

1Waardoor is de uitstoot van broeikasgassen afgenomen?

De kolencentrales zijn de belangrijkste oorzaak van de daling. Zes kolencentrales zorgden in 2017 volgens het CBS voor een CO2-uitstoot van bijna 24 miljoen ton. In 2018 was deze uitstoot teruggelopen tot 20,6 miljoen ton. In juli 2017 werd een verouderde kolencentrale op de Maasvlakte gesloten: dat is direct in de cijfers terug te zien. Ook draaiden de overgebleven kolencentrales minder uren.

Het wegvallen van de elektriciteitsproductie door kolencentrales wordt deels gecompenseerd doordat gascentrales vaker aan staan, maar hun CO2-uitstoot is de helft lager dan die van kolencentrales. Ook verplaatste de stroomproductie zich deels naar het buitenland, met name Duitsland. De uitstoot van deze import komt niet op het conto van Nederland.

Een tweede belangrijke oorzaak voor de daling van de uitstoot van broeikasgassen is de afname van het aantal koeien vorig jaar. De runderen stoten via hun spijsvertering het broeikasgas methaan uit. Die reductie is weer het gevolg van de invoering van het fosfaatrechtenstelsel. De opgelegde fosfaatreductie zorgde voor 60.000 minder melkkoeien. Dat staat gelijk aan 4 procent van het totaal.

2Zorgt dit nieuws ervoor dat Nederland alsnog aan de eisen van het Urgenda-vonnis kan voldoen?

Nee, want de teruggang is daarvoor veel te gering. Het Planbureau voor de Leefomgeving ging er eerder vanuit dat de CO2-uitstoot sneller zou afnemen.

In de afgelopen twee jaar hadden echter meerdere ontwikkelingen een nadelig effect op de Nederlandse uitstoot. Zo nam het wegverkeer sterker toe dan voorzien en stagneerde de bouw van nieuwe windmolens op het vasteland. Ook het aardgasverbruik van huizen neemt minder snel af dan gedacht.

In het Urgenda-vonnis is bepaald dat de uitstoot in 2020 ten opzichte van 1990 met 25 procent moet zijn teruggelopen. Dit vonnis uit 2015 werd vorig jaar nog eens bekrachtigd door het gerechtshof.

Volgens de donderdag gepresenteerde cijfers bedraagt de CO2-reductie nu 14,5 procent. Zonder ingrijpende maatregelen – denk aan het sluiten van bijna alle kolencentrales – is het nauwelijks voorstelbaar dat de staat aan de Urgenda-eis voldoet.

Begin dit jaar schatte het Planbureau voor de Leefomgeving dat de reductie in 2020 op 21 procent zou uitkomen, waarbij het overigens vanwege de onzekerheid ruime marges hanteerde. Volgens die prognose zal in 2020 de uitstoot twee tot zeventien miljoen ton hoger zijn dan die volgens het Urgenda-vonnis mag zijn.

Het kabinet heeft aangegeven zich aan het oordeel van de rechter te zullen houden, maar dat heeft nog maar tot één concreet plan geleid: het sluiten van de Hemwegcentrale.

In maart besloot het kabinet deze oudere Amsterdamse kolencentrale in januari 2020 te sluiten. Die sluiting zal ertoe leiden dat de Nederlandse uitstoot met twee à drie miljoen ton CO2 afneemt.

Aanvankelijk zouden vorige maand meer maatregelen bekend worden, maar dat is naar juni verschoven.

3Betekent een reductie van 2 procent dan eigenlijk dat er nauwelijks iets gebeurt om de uitstoot terug te dringen?

Er verandert wel degelijk iets. De afname van 2 procent vindt plaats op een moment dat het goed gaat met de economie, en dat is niet vanzelfsprekend. Economische groei gaat samen met meer stroomverbruik, meer industriële activiteiten en meer verkeer, en leidt dus in principe tot meer uitstoot.

Dat de uitstoot toch afneemt, komt doordat economische activiteit in heel Europa al decennia met steeds minder CO2-uitstoot gepaard gaat. Die ‘emissie-intensiteit’ van de Nederlandse economie is de afgelopen drie jaar met 10 procent afgenomen, laat het CBS zien. In vergelijking met het ijkjaar 1990 is die afname zelfs 44 procent.

De Europese trend is dat er minder steenkool wordt gebruikt, meer duurzame energie wordt opgewekt en dat er energie wordt bespaard. Ook speelt de relatief schone dienstensector een grotere rol in de economie. Producten uit vervuilende fabrieken worden vaker van ver ingevoerd.

4In 2030 moet volgens de plannen van het kabinet de uitstoot gehalveerd zijn ten opzichte van 1990. Gaan we dat in dit tempo halen?

Het kabinet buigt zich momenteel niet alleen over maatregelen die de CO2-uitstoot in 2020 moeten beperken. Voor de langere termijn, tot 2030, wordt al sinds begin vorig jaar gepraat over het klimaatakkoord.

De insteek, vastgelegd in het regeerakkoord, was dat dit akkoord moet zorgen voor bijna een halvering van die uitstoot ten opzichte van 1990. Het kabinet komt in juni, samen met de Urgenda-maatregelen, met de uitwerking van het klimaatakkoord. Om tot een halvering te komen, is een extra reductie van 49 miljoen ton CO2 nodig, zo werd begin 2018 bepaald. Nu de uitstoot te hoog blijft, zal een reductie van 49 miljoen ton niet meer voldoende zijn om het streven in 2030 te halen. Strikt genomen moeten er binnen het klimaatakkoord dus extra maatregelen komen om de doelstelling van het regeerakkoord te halen.


Lees ook: Natuur gaat wereldwijd ongekend snel achteruit

Source link
2019-05-09 21:24:30

nuno-show.nl

Kost het meer energie om diep na te denken?

Kost het meer energie om diep na te denken?

Kost het meer energie om diep na te denken?

Als je moe bent na een uur diep nadenken, héb je dan ook meer energie verbruikt dan anders? Het klassieke antwoord is: nauwelijks. Zo formuleert ook neurowetenschapper Christian Lohmann het. Hij werkt bij het Nederlands Herseninstituut in Amsterdam. „Er is geen bewezen antwoord op die vraag, maar het kan nooit veel zijn”, zegt hij aan de telefoon. „Het brein is áltijd actief, ook als je niet nadenkt. Er is grote achtergrondactiviteit. Als je diep nadenkt zal lokaal, in bepaalde hersengebieden, wel wat meer energie gebruikt worden, maar in andere gebieden kan dan best even wat minder gebruikt zijn. Op het geheel maakt het weinig uit.” Op de fel gekleurde hersenscans lijkt het heel wat, maar daarin is juist alle achtergrondactiviteit weggefilterd.

Het menselijk brein is berucht om zijn gulzigheid. Het is goed voor 2 procent van het lichaamsgewicht maar verbruikt eenvijfde van het basisenergieverbruik. Dat komt grofweg neer op zo’n 450 kilocalorieën per brein per dag.

Robotslimheid

En allemaal zijn die 80 miljard hersencellen actief. De filosoof Daniel Dennett heeft wel eens geschreven dat dát ook het grote verschil is tussen menselijke intelligentie en robotslimheid: computerchips wachten op opdrachten, maar al die miljarden zenuwcellen zijn voortdurend zélf op zoek naar werk. In het lichaam geldt: wat niet gebruikt wordt verdwijnt. Met een beetje fantasie hoor je in je hoofd ontelbaar veel cellen roepen: ik! ik! ik!

Een brein gebruikt daardoor per seconde zelfs meer energie dan je (veel zwaardere) dijbeen tijdens het hardlopen. In de jaren zeventig werd het energieverbruik van het mensenbrein nog berekend op basis van dat van een inktviszenuwcel, maar inmiddels is er meer kennis. In een recent model van energieconsumptie in hersencellen wordt berekend dat in de grote hersenen (waar de ‘hogere’ functies zetelen) een kwart van al die energie opgaat aan ‘onderhoud’: vorming van nieuwe eiwitten, en allerhande verplaatsingen van mitochondriën, lipiden, blaasjes, eiwitten etcetera. Zo’n 45 procent gaat naar de synaptische activiteit, in de onderlinge contactpunten (synapsen). Naar het onderhouden van de elektrische spanning (via de Na+-pompen in het celmembraan) en naar het weer opladen na ontlading gaat allebei 15 procent. In het cerebellum (vooral bezig met lichamelijke coördinatie en motoriek) ligt het net anders. Zo gaat daar ruim eenderde van de energie naar het onderhoud van de basisspanning.

Nieuw muziekinstrument

Maar dan is daar ineens een recent artikel in Time, waarin neurowetenschapper Ewan McNay (University of Albany) ijskoud beweert dat acht uur lang heel intensief nadenken je wel 200 kilocalorieën kan kosten. „Maar dan moet je dus wel 8 uur lang veel zintuigen tegelijk gebruiken, als je een nieuw muziekinstrument gaat leren bijvoorbeeld”, zegt hij in Time. Gewóón diep nadenken levert – voor acht uur – 100 kilocaloriën extra verbruik op, zegt hij. Iets minder dan één krentenbol. Lohmann van het Herseninstituut staat daarvan versteld. „Ik zou eerder denken aan 10-20 kcal.” Hooguit een paar kilocalorie per uur extra dus. Eén rozijn.

Gelukkig antwoordt McNay onmiddellijk per mail. „Ja, dat was een ruwe berekening op basis van de theoretisch grootst mogelijke toename van het energieverbruik. Ik denk dat het een orde van grootte hoger is dan wat je in werkelijkheid kan aantreffen.” Een orde van grootte, dat is een factor tien. En dan zijn we bij de rozijn per uur van Lohmann. Het klopt!

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Ook een vraag? [email protected]

Source link
2019-05-10 10:49:37

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: