Op kikkerzoektocht in de jungle

Voetje voor voetje sluipen we door het donker. Overal lichten kleine, glinsterende diamantjes op. Op de boomstammen, op de grond, in de bladeren. Het zijn spinnenogen, de beste reflectoren van de jungle. Maar voor spinnen zijn we hier niet. Wij zoeken ogen die iets groter zijn, met een egaal wit licht erin: het koele licht van kikkerogen.

Gids Shavez Cheema (34) maant tot stilte. We horen een hoge piep, die klinkt als de sonar van een onderzeeboot. Nogmaals, en nogmaals. Het is de Metaphrynella sundana, de ‘tree-hole frog’, zegt Cheema. Een minuscuul kikkertje dat alleen op Borneo voorkomt en leeft in boomholtes met water. Hoewel hij er onopvallend uitziet, is hij een beroemdheid onder biologen. Hij past zijn toonhoogte namelijk aan op het waterpeil in zijn hol, zodat er maximale resonantie optreedt. Met de bomen als klankkast lokken de mannetjes de vrouwtjes naar hun ‘man cave’. Het is een van de 183 kikkersoorten van Borneo. Er zijn ook vliegende kikkers, dansende kikkers, kleefkikkers en reuzenpadden.

Tawau Hills National Park, in het noordoosten van Maleisisch Borneo, is een hotspot van biodiversiteit. Veel toeristen komen hier niet, slechts duizend per jaar. De massa’s die naar Borneo komen, beperken zich meestal tot een bezoekje aan een opvangcentrum voor orang-oetans en een rondvaarttocht over de Kinabatangan-rivier. Maar de kleine dieren zijn de echte verborgen schat van Borneo. Talloze soorten komen alleen hier voor en er worden nog regelmatig nieuwe kikkers, slangen en insecten ontdekt.

Er worden frogging safari’s georganiseerd: je zet een hoofdlamp op, gaat er in het donker op uit en opent je oren. Je hebt er geen topconditie voor nodig; per uur leggen we slechts een paar honderd meter af. „Wij zijn geen trekkers, wij zijn spotters”, zegt Cheema met enige trots. „Het beste moment is direct na een flinke regenbui. Dan komen de kleine dieren naar boven.” Het buitje van vanmiddag was wat mager, maar we hopen desondanks op mooie kikkersoorten. Ongetwijfeld vinden we de endemische witlipkikker (Chalcorana raniceps), hopelijk de rode vliegende boomkikker (Rhacophorus pardalis). Maar het meest verheugen we ons op de Phrynoidis juxtasper, één van de grootste rivierpadden ter wereld, door Cheema ‘Frogzilla’ gedoopt.

Froggen

Om het froggen onder de knie te krijgen, zijn wij, twee aspirant-naturalisten, op pad met de lokale wildlifeclub 1StopBorneo. Het groepje bestaat verder uit kikkerexpert Shavez Cheema, insectenexpert Chun Xing Wong, biologiestudente Koid en ex-jager Ledumin. Samen hebben we zes professionele hoofdlampen waarmee we balken van licht diep het oerwoud in werpen, om naar verre boomstammen en bosjes bladeren te kunnen gluren. „Laatst hebben we hier een groepje kleefkikkers ontdekt, die niemand kan plaatsen”, vertelt Cheema. „We hebben het sterke vermoeden dat het een nieuwe soort is en hopen dit binnenkort met een DNA-test te bevestigen.”

Met zijn atletische gestalte, geschoren hoofd en energieke spreekstijl zou je achter Cheema niet meteen een kikkerliefhebber zoeken. Maar het zit diep, als twaalfjarige pikte hij al de hoofdlamp van zijn vader om ’s nachts het oerwoud in te lopen. Samen met de Duitse professor Ulmar Grafe, de kikkerexpert van Borneo, deed hij onderzoek naar ‘dansende kikkers’, die leven bij watervallen en vanwege de herrie met hun achterpoten communiceren.

Het is echt een andere wereld daarboven, en nog grotendeels onontdekt

Shavez Cheema

„Het mooiste van kikkers zijn hun ogen”, zegt hij. „Mijn favoriet is de Philautus hosii, een simpel bruin kikkertje, maar met prachtige groene ogen die licht lijken te geven. Toen ik die voor het eerst zag, was ik volledig gehypnotiseerd.”

Chun Xing Wong is Cheema’s partner bij 1StopBorneo. Hij is een kei in het spotten van spinnen, schorpioenen, sprinkhanen en wandelende takken. Door de anderen wordt hij ook wel ‘spiderman’ genoemd. „Om dieren te zien moet je niet ver gaan, maar je ogen opendoen”, zegt hij.

Cheema wijst op een slanke, hoge boom, die pas tientallen meters boven de grond de eerste zijtakken krijgt. „Dat is een Dipterocarp. Dat is de reden dat het oerwoud van Borneo verdwijnt. De meeste van deze bomen staan inmiddels als tafel of stoel in Japan, Europa of Amerika.” Hij kijkt omhoog. „Het is echt een andere wereld daarboven, en nog grotendeels onontdekt. Bovenin de kruin, bij de epifyten, wonen de vliegende kikkers, die door de beroemde Britse natuuronderzoeker Alfred Russel Wallace werden beschreven in Het Maleise eilandenrijk. Een stuk lager, halverwege de bast, wonen de boomholkikkers. En onderin, tussen de wortels, vind je de padden.” Al die kleine habitats zijn de reden dat hier zoveel kikkersoorten leven, legt Cheema uit. Hij schijnt zijn lamp op de vochtige grond. Het ziet eruit alsof er geploegd is. „Dit is het werk van baardzwijnen. Bij dit soort modderpoeltjes kunnen de vliegende boomkikkers hun schuimnesten aanleggen.”

Donkeroranje hompje

Spiedend en sluipend vervolgen we onze weg. In de struiken boven een beekje heeft Chun iets gezien. Een donkeroranje hompje op een blad dat ons de rug toekeert. Op het eerste gezicht ziet het er niet zo bijzonder uit, van dichtbij zien we de oranje, glimmende vliezen tussen zijn tenen. Dit is de Rhacophorus pardalis, de rode vliegende boomkikker waar we op hoopten. Als hij zijn vingers en tenen spreidt, vormen de vliezen een soort vleugels waarmee hij horizontaal meters kan afleggen.

Even verderop we zien we een jonge boom waaraan een wildcamera is bevestigd. De camera is gesloopt. „Dat ziet eruit als het werk van stropers”, constateert Cheema somber. Hij vertelt dat de camera eigendom is van een wetenschappelijk team dat hier onderzoek doet naar nevelpanters. De camera is uit zijn metalen houder gewrikt, hangt open en de batterijen zijn weg. Bij nadere inspectie blijkt de geheugenkaart er nog in te zitten. Cheema stuurt een berichtje naar de bevriende onderzoekers en hij neemt de kaart mee. Misschien staan de daders er wel op.


Lees ook: Échte safari doe je te paard

„Bij ons zijn de toeristen de rangers”, zegt Cheema. „Hoe meer ogen in het bos, hoe beter. Wij melden alle onregelmatigheden. Daardoor wordt er nu minder gestroopt.” Maar niet alleen de lokale bevolking vormt een bedreiging voor het park. Cheema vertelt dat hier vorig jaar een zeldzame soort blauwe tarantula werd ontdekt. De vondst werd gemeld in een wetenschappelijke publicatie. Een paar weken later werden de blauwe tarantula’s al te koop aangeboden in Duitsland, voor tweehonderd euro per stuk. „Handelaren lezen de wetenschappelijke bladen ook. We moeten oppassen met wat we naar buiten brengen.”

Phrynoidis juxtasper, door gids Shavez Cheema de ‘Frogzilla’ genoemd. Foto Alexis de Roode

Vijf kikkersoorten later zijn we terug in de blokhut en bekijken we de beelden van de wildcamera op Cheemas laptop. Op de eerste foto’s zien we een wazige hand, die sterk op een mensenhand lijkt. Maar Chun merkt op dat de vorm niet helemaal overeenkomt. We bladeren verder door de foto’s, tot we recht in de ogen van een lampongaap kijken; een soort makaak. Hij heeft een hele serie selfies genomen door de bewegingssensor van de wildcamera te activeren. Gelukkig, geen stropers.

De volgende dag doen we een nieuwe poging om de Borneose reuzenpad te vinden. We doen bij het vallen van de avond weer onze felblauwe anti-bloedzuigersokken aan. Stapje voor stapje, speurend met onze hoofdlampen, begeven we ons naar de kikkerparadijzen. Al snel hebben Cheema en Chun weer iets gezien. Shavez roept ons erbij, maar we zien niets dan dode bladeren. We kijken nog eens, en nog eens. Dan zien we het pas. In het licht van onze lampen zit een buitenaards wezen dat van dorre blaadjes lijkt te zijn gemaakt. De Maleisische hoornkikker. Het is een vrij grote kikker met een puntneus en twee ‘hoorntjes’ boven zijn uitpuilende bruine ogen. Hij ziet er boos uit maar verroert zich niet. Hij vertrouwt volledig op zijn vermomming als hoopje bladeren. Volgens Cheema zijn we enorme geluksvogels en is dit misschien wel de mooiste kikker van Borneo, hij glundert.

We lopen verder langs de rivier, enigszins op onze hoede. Chun heeft namelijk net verteld dat in dit kleine riviertje elk jaar mensen verdrinken. Als het regent in het binnenland kan het waterniveau plotseling meters stijgen. Zwemmers worden dan machteloos meegesleurd.

Onbereikbare plek

‘Oe! Oe!’, een hoge vogelachtige roep klinkt vanaf de overkant. „Frogzilla”, fluistert Cheema. In het licht van onze lampen zien we in de verte aan de overkant van het water een wit oog. Helaas zit de reus op een onbereikbare plek. Jammer, maar we hebben hem in ieder geval gehoord. Wij klagen niet; in twee avonden hebben we zo’n vijftien kikkersoorten gezien. En veel andere dieren, waaronder nachtvlinders, enorme wandelende takken, varanen, neushoornvogels, rode langoeren en gibbons.


Lees ook: Waar is de avontuurlijke reiziger, nu alles te plannen is? Hij survivalt op een eiland. Of neemt de brommer naar Iran

Op de terugweg speuren we nog steeds de bosvloer en de oevers af. Het is Ledumin die hem het eerste ziet. Daar, gewoon op het gras langs de rivier, zit een bruingrijze gestalte ter grootte van een konijn. De Phrynoidis juxtasper. Frogzilla! Zou hij de rivier zijn overgestoken, of is dit een ander exemplaar? Voorzichtig sluipen we dichterbij, alsof we een olifant in het vizier hebben. Dat is wat kikkerspotten met je doet: je krijgt oog voor verhoudingen en bewondert de kleinere dieren, die je eerder over het hoofd zou hebben gezien.

Het is een vrouwtje van ongeveer 20 centimeter groot, de mannetjes zijn veel kleiner. We zien haar hart bonken in haar keel en haar mollige voorpoten omarmen haar buik als een boeddha. Je gelooft direct dat ze de macht over het water heeft. Ongenaakbaar kijkt ze naar ons, we zien een groot bruin oog met een horizontaal gestreepte pupil. De dikke wratachtige huid achter haar kop wordt wittig. „Zie je dat?”, zegt Shavez. „Dat is het gif dat ze afscheidt om zich tegen ons te beschermen.”

Source link
2019-05-10 07:47:13

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: