Haar vader kwam ‘uit de kast’ als priester

Op een terras in Sittard aten Jo Kreukels en zijn dochter Katja allebei een stuk vlaai. Het was zomer 1992. Zij was achttien en stond op het punt om te gaan studeren. Hij wilde wat vertellen. Over een haar onbekend verleden, zijn leven voor zijn huwelijk, als priester.

Katja Kreukels (44) had nooit een vermoeden gehad. „Ja, we hadden thuis een triptiek van de paters montfortanen en een IJslands landschap aan de muur hangen. Mijn vader had ook veel kleine rituelen: een reisgebed opzeggen voor een autoritje, zijn horloge even zegenen voordat hij dat in een doosje stopte. Maar daar stelde ik geen vragen bij.”

Jo Kreukels (80) kan niet goed uitleggen waarom hij het zo lang geheim hield voor haar. Vrijwel elke poging strandt in geaarzel. Schaamte was het niet, zegt hij. Een zeker ongemak? Hij vond het in elk geval niet iets om trots op te zijn. „En ik respecteer ook de keuze van studiegenoten die wel in het ambt zijn gebleven.”

Veel goede bekenden wisten tot voor kort nog niets. Nu is er een boek, Mijn vader was priester, geschreven door Katja. In haar dankwoord heeft zij het over het „uit de kast” komen van haar vader.

„Wie niet luisterde, kon ervan langs krijgen met de liniaal of zomaar een inktpotje naar zijn hoofd krijgen.”

Kreukels werd van thuis uit tot roeping gebeden. Zijn ouders kenden elkaar van een reis naar Lourdes. Vader was voorbestemd tot het priesterschap, maar hield de opleiding niet vol vanwege chronische hoofdpijn. Hij werd fietsenmaker in Schaesberg. Zakelijk was hij niet. Financiële steun van zijn ongetrouwde zussen hield het gezin overeind.

Het avontuur lonkte

Tegenover het schrale bestaan van thuis stond het leven van priesters, zij die vooropgingen in een samenleving waar het geloof nog alomtegenwoordig was. Jo Kreukels: „Zij hadden een mooie pastorie, huishoudelijke hulp, een volle boekenkast, status. Dat maakte als kind indruk op me, was anders dan een toekomst in de steenkolenmijnen. De rituelen werkten betoverend. Je was als misdienaar – hoe klein je rol ook was – onderdeel van het grotere geheel: het boek aangeven, met het wierookvat zwaaien. Daar kwam het avontuur van de missionarissen nog bij. Die lieten met dia’s hun leven zien in verre oorden in Zuid-Amerika, Afrika en Azië.” De paters montfortanen hadden graag jongens van eenvoudige komaf. Die waren praktisch, konden werk verzetten. Dat kwam van pas in de missie.

Op zijn twaalfde verhuisde Jo Kreukels naar het kleinseminarie van de paters montfortanen in Schimmert. Alleen tijdens vakanties mocht hij naar huis. Jo verging van de heimwee. Ruimte om te puberen was er niet. „Je zat in een bevoogdend systeem, waarin alles vastlag. De leraren waren streng. Wie niet luisterde, kon ervan langs krijgen met de liniaal of zomaar een inktpotje naar zijn hoofd krijgen.”

Het persoonlijke kreeg nauwelijks aandacht. Gevoelsarmoede was troef. Te nauwe vriendschappen tussen twee leerlingen dienden te worden voorkomen vanwege het gevaar van intimiteit. „De zusters die voor ons huishoudelijk werk deden en kookten, waren de enige vrouwen die we zo’n beetje zagen. En tijdens de processie de meisjes van het pensionaat, gekleed in matrozenpakjes.”


Lees ook dit verhaal van priester Pierre Valkering: „Ik weet dat ik niet die kuise Henkie ben”

Tegenover die benauwdheid stond „een uitgebreid cultuuraanbod. En je steeg hoger in de hiërarchie.” Na Schimmert kreeg Jo Kreukels de toog aangemeten. „Dat was zo’n moment. Dan voelde je hoe ver je het gebracht had.” Tijdens de latere jaren van zijn opleiding met verblijven op instituten in Meerssen en Oirschot waren er tussenwijdingen, onder meer tot exorcist. Jo Kreukels, lachend: „Ik heb geleerd hoe ik duivels moet uitdrijven.” Een vastgestelde opeenvolging van kruistekens, gebeden, psalmen en andere rituelen moesten volstaan om demonen te verdrijven.

Jo Kreukels’ roeping bleef. In Oirschot werd hij tot priester gewijd. „Als teken van onderwerping moest ik plat op de grond gaan liggen met het gezicht naar beneden. Daarna volgde de handoplegging door de bisschop. Een maand later mocht ik in Limburg voorgaan tijdens een mis. Ik werd opgehaald door een luxe Amerikaanse auto. Ons huis was versierd. Er hing een tekst op: priester tot in eeuwigheid. Van mijn familie kreeg ik een miskelk ter waarde van duizend gulden, van de parochie een brommer.”

Korte tijd later werd Jo Kreukels naar IJsland gestuurd . „Ik zag het als een avontuur met de luxe van het westen.” De werkelijkheid bleek moeizamer, niet alleen vanwege de lange, donkere winters. Zijn bisdom telde duizend gelovigen, een gemiddelde Limburgse parochie had er veel meer. Ze waren wel met tien geestelijken. „Onderling waren er spanningen, ook over de vernieuwingen van het katholicisme waar wereldwijd over gesproken werd. De jonge garde vond dat je de merendeels Lutheraanse IJslanders moest behandelen als medechristenen. De ouderen wilden zieltjes blijven winnen.”

Verliefd op een studente

De twijfel bij Jo Kreukels werd heviger toen hij na ruim twee jaar IJsland ging helpen in een parochie in Bonn. „Ik werkte onder een progressieve, ook uit Limburg afkomstige pastoor. Er was volop ruimte voor debat. Ik ging veel om met studenten, raakte stiekem verliefd op een jonge vrouw, maar zij had al een vriend. Ik rook aan nieuwe werelden. De encycliek Humanae Vitae (1968) was voor mij een van de druppels. Paus Paulus VI draaide met de herbevestiging van oude denkbeelden over huwelijk en geboortebeperking de klok weer terug.”

Jo Kreukels besloot te stoppen als priester. Hij bewandelde de officiële weg en vroeg dispensatie van het Vaticaan: het opgeven van het ene sacrament (het priesterschap) stond dan andere (bijvoorbeeld een kerkelijk huwelijk) niet in de weg. Na driekwart jaar verleende Rome toestemming. Kreukels maakte ondertussen een moeilijke tijd door, eerst bij een nichtje in Amstelveen, daarna op kamers in Amsterdam. „Behalve mijn miskelk had ik niets. Huishoudelijke taken waren altijd voor me verricht. Ik moest alles leren. Een ei bakken of koffiezetten op het fornuis vond ik al lastig. Mijn toekomst was onduidelijk. En het was nog onduidelijk hoe mijn besluit bij mijn ouders zou vallen.”

Die sloten hem uiteindelijk weer in de armen. „Al werd er later nooit meer over mijn priesterjaren gepraat.” Jo Kreukels keerde terug naar Limburg en vond werk, eerst bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, later bij de Sociale Dienst van de gemeente Heerlen. Via een collega leerde hij Marianne van der Zalm kennen. Met haar trouwde hij en kreeg hij kinderen. Na een paar andere banen vond de ex-priester zijn definitieve bestemming als gemeentearchivaris in Sittard.

Jo Kreukels behield zijn geloof. „Met Rome en het bisdom voel ik geen enkele affiniteit meer. Kijk naar de financiële handel en wandel van het Vaticaan. Dat is gewoonweg crimineel. En de misbruikschandalen. Een priester op IJsland en zijn onderwijsassistente bleken ook schuldig. Ik heb er toen nooit iets van gemerkt. De kern van geloven voor mij is: goed zijn voor je gezin en je omgeving. Ik geloof in een hiernamaals. Als ik het leed van sommigen – ook kinderen – zie, moet er een beter leven na de dood zijn.”

Bourgondische lekkerbek

In veel andere opzichten maakte de leek Jo Kreukels juist fundamenteel andere keuzes dan de priester Jo Kreukels. Dochter Katja: „In plaats van de kloostercadans met alles op uur en tijd, waarbij uitslapen tot half zeven op zondag een luxe was, zit hij nu in een ritme van laat op en laat naar bed. Juist omdat het eten tijdens zijn opleiding sober bleef, is hij nu waarschijnlijk een bourgondische lekkerbek en snoeper die niks afslaat. En misschien wel de belangrijkste verandering: hij laat zich niks meer voorschrijven.”

Vader lacht en ontkent niets.

Beiden vinden het fijn dat het verhaal nu vastligt. Al had de hoofdpersoon lichte twijfels: „Vierenhalf jaar kapelaan zijn is nu niet bepaald een glanzende carrière die een boek verdient. Maar Katja heeft het verhaal prachtig weergegeven.”

De schrijfster zag pas laat in dat ze bovenop een mooi onderwerp zat. Katja: „Zelfs na een gezamenlijke reis naar IJsland met mijn vader in 2005 duurde het nog even.” Boos dat ze pas als achttienjarige hoorde van vaders verleden als priester is ze nooit geweest – het wekte haar nieuwsgierigheid. „Het was vreemd om zijn foto’s voor het eerst te zien. Je vader als jongeman in een heel andere omgeving.” Katja Kreukels kijkt ook met voldoening terug op wat het boek bracht: „Samen op reis langs allerlei plekken, zoveel tijd en diepe gesprekken samen met je vader. Dat is iets waardevols.”

Over elkaars geloof ging het nauwelijks. Oma Kreukels deed goed haar best om Katja vroomheid bij te brengen en suggereerde zelfs één keer een toekomst in het klooster. Katja kwam huilend thuis. Haar ouders stelden haar gerust. Daar ging oma niet over.

Katja nam tijdens haar puberteit afstand van het rooms-katholicisme. „Ik geloof niet in een opperwezen, wel in menselijkheid en gemeenschapszin.” Haar vader: „Ik had het mooi gevonden als Katja voor de kerk was getrouwd en haar kind had laten dopen. Maar we hebben haar nooit tot iets willen dwingen.”

Katja Kreukels: Mijn vader was priester. Querido, 248 bladzijden, € 21,99

Source link
2019-05-10 00:00:00

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: