Familiebedrijf is niet de beste werkgever

Solidariteit, compassie en vertrouwen. Voor veel familiebedrijven zijn het kernwaarden. Alleen: daardoor is er minder aandacht voor menselijk kapitaal, competenties enuiteindelijk – het bedrijfsresultaat. Dat blijkt uit onderzoek van het Erasmus Centre for Family Business (ECFB), BDO Accountants en de Rabobank naar het gedrag van 184 beursgenoteerde ondernemingen, waaronder veertig familiebedrijven.

„Als klant zit je bij een familiebedrijf vaak gebakken. Ze zijn bij wijze van spreken bereid om de hele innovatieafdeling voor je om te gooien. Maar op het gebied van werkgeverschap, de zorg voor eigen werknemers, blijven familiebedrijven juist achter,” zegt hoogleraar Pursey Heugens van het ECFB. Onder familiebedrijven verstaan de onderzoekers bedrijven waarbij familie van de oprichter plaatsneemt in het bestuur, of aandelen in bezit heeft.

Die achterstand is zichtbaar op meerdere vlakken. Allereerst de persoonlijke ontwikkeling van werknemers. 85 procent van de beursgenoteerde Nederlandse familiebedrijven biedt werknemers trainingen om zich verder te ontwikkelen. Bij ‘gewone’ beursgenoteerde bedrijven is dat 97 procent. Daarbij zijn de carrièremogelijkheden binnen een familiebedrijf beperkter, of minder transparant.

Familiebedrijven zijn laks in hun diversiteitsbeleid

Pursey Heugens hoogleraar

„Niet-familiebedrijven investeren meer in brede vaardigheden, waardoor werknemers mobieler zijn binnen het bedrijf. Dat maakt ze ook mobieler op de arbeidsmarkt. Door minder te investeren in menselijk kapitaal dwing je werknemers eigenlijk indirect om te blijven waar ze zitten.”

Ook op het gebied van diversiteitsbeleid lopen familiebedrijven achter. Slechts 3 procent van de familiebedrijven heeft een vrijwillig diversiteitsplan ingevoerd, tegenover 39 procent van de gewone ondernemingen. „Diversiteit is geen filantropie, maar simpelweg nodig in de moderne samenleving. Familiebedrijven zijn er ronduit laks in,” aldus Heugens.

Verder zijn familiebedrijven lang niet altijd familievriendelijk. Ze hanteren minder vaak flexibele werktijden (22 tegenover 33 procent) en er zijn minder mogelijkheden om als werknemer zelf de balans tussen werk en privé te bepalen.

Het werken bij een familiebedrijf heeft ook voordelen. Bij een economische tegenslag is het management van een familiebedrijf eerder geneigd zelf wat in te leveren, zodat werknemers in dienst kunnen blijven. De kans op gedwongen ontslag is daardoor een kwart lager. Het aantal stakingen is bij familiebedrijven zelfs de helft minder.

Iemand van buiten

Wat kunnen familiebedrijven doen om een betere werkgever te worden? Het inhuren van een externe directeur – iemand van buiten de familie – kan helpen, zo blijkt uit het onderzoek. En mocht een familiebedrijf dát niet zien zitten, dan helpt afkijken bij de externe directeur van een ander familiebedrijf ook.

Verder moeten familiebedrijven meer investeren in de mobiliteit van arbeidskrachten. „Anders laat je veel menselijk potentieel en daarmee toegevoegde waarde voor je bedrijf onbenut.”

Dat alleen beursgenoteerde ondernemingen zijn onderzocht, is volgens Heugens geen beperking. „In België is een vergelijkbaar onderzoek gedaan waarbij ook is gekeken naar niet-beursgenoteerde bedrijven. De resultaten komen overeen, dus ik denk dat we – voorzichtig – kunnen generaliseren.”

Source link
2019-05-08 18:49:29

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: