De valkuil van de verhalende journalistiek: moet elke reportage beginnen met een personage?

Alles is een verhaal – en de journalistiek is zijn profeet. Je zou het bijna zeggen, als je ziet hoezeer de verhalende vertelvorm in artikelen in de krant is opgerukt.

Een lezer die mij schreef ergert zich aan wat hij noemt een overdaad aan storytelling, vooral aan het begin van stukken. Die bevatten vaak „een beeldende sfeertekening die mij als lezer kennelijk moet meenemen in de emotie van de journalist”. Zelf „oud-krantenman” vindt hij die techniek doorslaan: waarom niet met de deur – ja, de feiten – in huis vallen?

Vorige week donderdag was het helemaal bal, vond hij, met „op vrijwel elke pagina storytellende leads”. Hij citeerde: „Moe van de demonstraties ploft Pablo Martinez tegen acht uur ’s avonds neer op een stenen bankje” (p.1); „Het is op dit uur muisstil rond de vestiging van kinderdagverblijf Berend Botje in Edam” (p. 3); „Frans van Gouw stapt in zijn auto” (p. 8); „Het regent zegenwensen in Sefkat” (p. 10); „Jan Hille kijkt het restaurant rond” (p.E9).

De lezer vergeet er nog een paar (Op pagina 14 „schateren” Hiba (19) en haar vriendin Houa (20) „het uit”). Maar eerlijk is eerlijk: diezelfde krant had ook tal van stukken die anders begonnen. Neem dat over de gevonden halve onderkaak van de Denisova-mens (160.000 jaar oud), die dus helaas om meerdere redenen niet meer sprekend kon worden opgevoerd.

Het is een vaker gehoorde klacht. Publicist Jan Kuitenbrouwer trok al eens in een lange filippica van leer tegen de verhalende journalistiek, in de woorden van de hoofdredacteur van Die Zeit de „kunstvorm van de smetteloze, te zwaar geparfumeerd reportage”.

Over die diagnose kun je twisten, maar dat verhalende technieken in de journalistiek zijn opgerukt, ook in NRC, staat wel vast. Ongetwijfeld hangt het samen met de bloei van de reportage, met de column het snelst gegroeide genre in de journalistiek. Maar evengoed met de eigentijdse, door Facebook aangedreven ideologie dat alles ‘een verhaal’ is – je eigen leven natuurlijk voorop.

Op zichzelf is er natuurlijk niets tegen verhalend schrijven, integendeel. Journalistieke artikelen heten in Amerika niet voor niets altijd al stories .

Maar het kan een sleets maniertje worden en overdaad schaadt altijd. Is die er?

Vertwijfeld greep de ombudsman naar zijn plankje handboeken (zo had ik deze rubriek ook kunnen beginnen). Daar staat ook een jubileumboek van NRC Handelblad uit 1980, zwart gebonden met een zilverkleurige titel: ‘Een bloemlezing uit de eerste 10 jaar’. Het bevat een chronologische selectie uit reportages, interviews en columns uit de nieuwe krant, die „zo objectief mogelijk” wilde zijn, aldus hoofdredacteur André Spoor in zijn voorwoord, en „de lezer niet tendentieus of indoctrinerend tegemoet (wil) treden”.

Wat bij het bladeren in dat boek opvalt – de vergelijking is niet echt eerlijk, want dit was een selectie – is dat veel stukken toen nog inderdaad niet begonnen met een sfeertekening maar met een een eigen opmerking of vaststelling door de auteur – soms rijkelijk subjectief of ironisch.

Lees eens hoe Wout Woltz, de latere hoofdredacteur, in 1978 een reportage vanuit Iran opent, waar op dat moment het protest door de straten kolkt en de staat van beleg is afgekondigd. Hij begint: „Een koningin hebben is al fijn: hoe moet het dan zijn om door een keizer geregeerd te worden?”

Voordat je in lachen kan uitbarsten maakt de auteur ernst met de zaak: „Vijfendertig miljoen Iraniërs weten het”, schrijft hij en „niet allen zijn er gelukkig mee”. Begin 1979 doet Woltz opnieuw verslag van de revolutie.

Een lang verhaal over de Club van Rome en ander onheil begon dezelfde auteur in 1971 met deze zin: „Er zijn toch ook mooie dingen in het leven. Dat is waar, maar het worden er minder.” Waarmee hij inspeelde op een klimaatsceptische briefschrijver die het eerste onder de aandacht had gebracht.

Sfeer is er ook – en hoe. Frans van Klaveren begint een reportage over de metro-rellen in Amsterdam in 1975 bijna proustiaans: „Terwijl Suske en Wiske-strips plus andere lectuur van drie hoog naar beneden fladderen, terwijl een gemeenteambtenaar staat te turven wat de sloopploeg aan huisraad uit de ontruimde woningen in vrachtwagens afvoert, terwijl het carillon van de bezette Zuiderkerk een constante stroom klanken over de Nieuwmarkt uitstort, terwijl twee draglines voorzichtig een weg door de nauwe steegjes zoeken om voor het invallen van de duisternis de omstreden woningen in elkaar te beuken, breekt de furie los.”

Die komt dan na zo’n zin bijna als een anticlimax. Van Klaveren spreekt trouwens ook onomwonden van „straatterreur”. Zoals columniste Emmy van Overeen een column over de toenmalige minister van Justitie begint met de lapidaire mededeling: „Dries van Agt is een gevaarlijke man”. Er was geen Twitter, dus dat kon.

Er is geen reden voor ‘vroeger-was-alles-beter’-isme. Ik lees nog steeds originele leads en stilistische hoogstandjes in de krant, zij het vooral in columns. En je kunt beweren dat er door de bank genomen nu ‘professioneler’ en neutraler wordt geschreven dan in het verleden.

Maar professionalisme kan ook een valkuil worden, net als de macht der gewoonte – en dan zijn we bij de vele ‘narratieve’ openingen van artikelen die de briefschrijver zo irriteren: de mopperende boer, het huilende kindje, de klagende ambtenaar, kortom het hele palet aan figuranten dat wordt verondersteld de lezer het verhaal ‘in te trekken’.

Die bloemlezing uit 1980 is dus in elk geval een goede herinnering dat variatie loont. Net als het voor je eigen rekening durven nemen van observaties. Persoonlijk en toch feitelijk schrijven, het kan heel goed. Ook zonder die andere narratieve verleiding: die om ook je meest vertrouwde figurant, jezelf, prominent op te voeren.

Vertellen kan op vele manieren – daarvoor hebben journalisten losse personages, zelfs hun eigen ik, meestal niet eens nodig.

Reacties: [email protected]

Source link
2019-05-10 15:28:15

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: