‘Blij dat de examencommissie heeft geluisterd’

‘De vragen waren concreet en duidelijk, de thema’s kwamen evenwichtig aan bod. Dat waren er drie: De Republiek (1515-1648) met De Tachtigjarige Oorlog; Duitsland (1871-1945) met het Tweede Duitse Keizerrijk, de Eerste en Tweede Wereldoorlog en het Interbellum; en de Koude Oorlog van 1945 tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991. Leuke, interessante onderwerpen en genoeg beeldmateriaal om mee te illusteren. Ook De Opstand, waarvan je zou denken dat het ver weg is, vinden leerlingen bijzonder, omdat het accent op de wordingsgeschiedenis van Nederland ligt.

„Vraag 4 over de Beeldenstorm was concreet. Willem van Oranje, je zou het misschien niet van hem zeggen, liet enkele beeldenstormers ophangen. Je moest toelichten waarom dat bijdroeg aan het herstel van de orde. Dat kun je invullen zonder al te veel kennis: om af te schrikken, een voorbeeld te stellen. Ik vind het mooi dat een leerling daar het geleerde kan toepassen.

„Vraag 8, dat vond ik een flauwe. Het ging over Lodewijk XIV: waarom hij stimuleerde dat de adel aan zijn hof elkaar beconcurreerde. Een soort verdeel-en-heers-politiek. Dat vind ik van een hoog abstractieniveau, meer een vwo-vraag. Ik heb het ook niet behandeld. Een slimme havo-leerling haalt dat er wel uit, maar 80 procent niet, vrees ik.

„Vraag 11 en 12 gingen over de buitenlandse politiek van Bismarck. Dat is uitgebreid aan bod geweest in het boek: hij streefde naar een alliantiepolitiek, een machtsevenwicht in Europa. Een leerling die de zaakjes goed geleerd heeft, kan dat inkoppen.

„Ik ben heel blij dat er niet al te veel kenmerkende aspecten werden gevraagd. Dat zijn regels bij de tijdvakken die leerlingen uit hun hoofd moeten leren. Zoals ‘Het streven van vorsten naar absolute macht’, bij de 17e eeuw. Het waren dit keer 32 regels voor havo en 49 voor vwo. 32 is veel voor een havo-leerling. Bovendien past het niet bij het vak om domweg te stampen. Er is vanuit docenten veel kritiek op geweest, ik ben blij dat de examencommissie heeft geluisterd.

„Oefenen, oefenen, oefenen – zo heb ik ze op het examen voorbereid. Ik geef hoorcolleges en laat documentaires zien, er is prachtig materiaal. We doen ook excursies: Sobibor, het Rijksmuseum, wandelen door Joods Amsterdam en Elburg. Als je op de plek bent waar het gebeurd is, gaat het zo veel meer leven.

Geschiedenis gaat over verwondering over het verleden. Zonder kennis daarvan ben je je ijkpunten kwijt. Ik vind het heel belangrijk dat je vanuit die verwondering ziet wat een rijke cultuur en traditie wij mogen vertegenwoordigen. Nederland is uitzonderlijk, vooral de 17e eeuw: staatsrechtelijk, vanwege de republiek; economisch, vanwege de Gouden Eeuw; en cultureel – de Hollandse meesters maakten maar liefst vijf miljoen schilderijen in honderd jaar. Als je door Amsterdam loopt, waan je je als het ware in die Gouden Eeuw.

„Een leerling vroeg eens: houdt u meer van geschiedenis dan van uw vrouw? Dat vond ik een mooi compliment. Ik houd van allebei, antwoordde ik.”

Source link
2019-05-13 18:12:30

nuno-show.nl

error: Content is protected !!

This Area is Widget-Ready

You can place here any widget you want!

You can also display any layout saved in Divi Library.

Let’s try with contact form: